Bron: www.erfgoedstichtingdenhout.nl/oorlogsmonumenten-in-den-hout/
Datum: 13 september 2024
Op bovengenoemde website en datum heeft de volgende informatie op internet gestaan:
Monument: Mariakapel, bij de molen aan Ruiterspoor
Naam: Mariakapel uit dankbaarheid.
Vorm en materiaal: Gemetseld van bakstenen, natuurstenen tekstplaat.
Tekst: ‘Uit dankbaarheid Ruiterspoor 3-11-1944’.
Aanleiding: Uit dankbaarheid dat niemand uit het Ruiterspoor omgekomen was tijdens de bevrijding in de Tweede Wereldoorlog.
Locatie: Ruiterspoor 8 (bij de molen).
Onthulling: In de zomer van 1945 ingezegend door pastoor Brouwers (pastoor in Den Hout van 1931 tot 1949).
Bron: Bewoners Ruiterspoor, Dorpsblad Den Hout
Geschiedenis:
Op 3 november 1944 werd Den Hout bevrijd en kwam er een eind aan een angstige oorlogstijd. Tonny Halters-Moerenhout (geb 1933); als 11-jarig meisje woonde zij met haar ouders, broers en zussen Ruiterspoor 16 en maakte de bevrijding mee vanuit de Houtse molen. Tonny Halters-Moerenhout: “In september 1944, op dolle dinsdag, moest ons pa zich melden in Breda, mét of zonder vrachtwagen en met voldoende kleren. Alle mannen moesten naar Duitsland. Ons pa is toen ondergedoken. Hij heeft verschillende nachten in de bossen geslapen en later op verschillende adressen. Ik vroeg dan aan ons Moeke: waar blijft ons pa toch? Zij antwoordde dan: “Ga jij nou maar lekker slapen, die komt pas laat thuis.” Een enkele keer kwam hij thuis eten. Onze Piet en ik moesten dan op de uitkijk gaan staan om te kijken of de Duitsers ons pa niet kwamen halen. Dat was angstig… “Wat moet ons moeke toch doodsangsten hebben uitgestaan,” mijmert Tonny.
Slag om Arnhem
Tonny kwam uit een gezin met zeven kinderen; in 1945 kwam daar nummer acht nog bij. “Ons pa had een eigen vrachtwagen, maar hij vertikte het om zaken te doen met de Duitsers. Ook al betekende dat geen inkomen met zo’n groot gezin. Hij heeft opzettelijk onderdelen van de vrachtwagen stukgemaakt..”
In september, zo rond St. Cornelius, speelde de slag om Arnhem. “De vliegtuigen kwamen zo laag over dat ik de piloten kon zien zitten,” herinnert Tonny zich. Haar vader was met andere mannen buiten aan het ‘centje tikken’ en zag de vliegtuigen met parachutisten. “D’r hangen er aan”, riep hij opgewonden, waarop de anderen antwoordden: “Och Moerenhout, doe niet zo gek”. We begrepen toen al wel dat er iets gaande was.
Schuilen in de molen.
“In het Ruiterspoor had bijna iedereen in zijn tuin een schuilkelder gegraven. Als we daar in zaten ging ons pa tussen de kogels en granaten door naar binnen om eten en drinken voor ons te halen. De bevrijders hadden grote moeite om het Wilhelminakanaal over te steken, vandaar de beschietingen op Den Hout.
Begin november reden er Duitse tanks onze tuinen binnen en reden de toegang tot onze schuilkelders dicht. Toen zijn we met z’n allen naar de molen gevlucht. De deuren van de werkplaats, die gericht waren naar het kanaal, waren gebarricadeerd met zakken graan. Soms kwam daar het vuur nog doorheen. Ik was heel erg bang, lag met mijn hoofd onder een baal om toch maar niets te zien of te horen. Ik heb geen idee hoe lang we in de molen hebben gezeten, maar op een gegeven ogenblik, dat moet dus 3 november zijn geweest, kwamen er soldaten de molen in. Dat waren Polen, maar omdat ze Duits spraken vertrouwden we het niet. Maar ze maakten ons duidelijk dat zij onze bevrijders waren, gelukkig! Bij molenaar Kock liepen koeien. Ons vader ging naar buiten om ze te melken. Ik zie hem nog binnenkomen met twee dampende emmers melk!” glimlacht ze. Tonny vertelt dat ze niet alles precies meer weet, maar dat haar vooral bij is gebleven hoe bang ze is geweest en wat een doodsangsten en zorgen haar ouders moeten hebben gehad in die tijd.
Chaos
De volgende dag moesten ze opnieuw vluchten, omdat de Duitsers waren teruggekomen. “Heel het Ruiterspoor lag vol met glas en puin, veel huizen waren zwaar beschadigd. Wij gingen naar familie in Teteringen. Daar stond een grote tank voor het huis want er waren soldaten ingekwartierd. Wij moesten slapen op dekens op de vloer. Het was er best gezellig, wij kregen van de soldaten onze eerste chocola! Na tien dagen mochten we weer terug naar Den Hout, te voet. Eén kind in de kinderwagen, één zittend voorop en één op de schouders bij ons pa. Toen we bij het kanaal bij Verweijmeren aankwamen hadden ze net de noodbrug verwijderd. Dus naar Oosterhout. Daar kregen we geen toestemming om over de brug te gaan. We zijn daarom heel de weg weer terug naar Terheijden gelopen en daar mochten we over de brug. Thuis was er een voltreffer dwars door het huis gegaan, het was een chaos: het dak kapot, de kokosmatten weg, al het serviesgoed kapot. Van buren hebben we serviesgoed gehad en van lieverlee het huis weer opgeknapt. Iedereen hielp elkaar en langzaam maar zeker kwam het gewone leven weer op gang. De bewoners van het Ruiterspoor hebben een monument laten bouwen tegen de gevel van de werkplaats van de molen. Dit uit dankbaarheid, omdat er niemand van het Ruiterspoor was gesneuveld.”